Geschiedenis

Muso Shinden Ryu Iai vindt zijn oorsprong in de persoon van Hayashizaki Jinsuke sensei (1542 – 1621),
een uitzonderlijk meester in de Japanse krijgskunsten van het Sengoku tijdperk (16de eeuw).

Sengoku-periode (1467-1573)
Tijdens de Sengoku-periode (戦国時代,Sengoku jidai), oftewel “Tijdperk van een land in staat van oorlog”, stond de Tendaischool op de rand van de afgrond. De Tendaischool, alsook andere grote boeddhistische scholen, hadden op dat moment grote regimes van hun Sōhei (僧兵) of Krijger-monniken in hun tempels in Centraal-Honshu. Dit was echter gebied dat toebehoorde aan de Oda-clan.

Een van de machtigen onder de Oda-clan, namelijk Oda Nobunaga, vond echter dat Japan nooit één zou kunnen worden zolang de boeddhistische scholen een onafhankelijk centrum waren van militaire en politieke macht. In 1571 versloegen de legers van Nobunaga de Sōhei van de Tendaischool op de berg Hiei. De meeste monniken werden vermoord en de tempel werd platgebrand. Ook vele andere scholen waren hetzelfde lot beschoren. De opvolger van Oda Nobunaga, Hideyoshi Toyotomi, bracht echter een eind aan de Sengoku-periode. Onder zijn bewind kregen een aantal boeddhistische scholen hun bestaansrecht terug. Ook de Tendai school mocht zich dan terug opbouwen.
Dit alles gebeurde echter onder een strikte regeling door de Shōgun.


Nakayama Hakudo 1872-1958

Nakayama Hakudo, groot promotor van het Iaido van ons tijdperk, kwam in zijn jeugd naar Tokyo en werd leerling van Negishi Shingoro, meester van de shindo munen-ryu.

In 1902, op 29 jarige leeftijd, ontvangt hij het allerhoogste diploma, en heeft hij zijn efficientie en kunnen aangetoond in meerdere demonstraties. Hij krijgt een groot aanzien in de hele Kendo-wereld en is ongeëvenaard.

Hakudo sensei beschouwde kendo en iaido als onafscheidelijk, zoals de twee vleugels van een vogel. Hij was er van overtuigd dat men zonder beiden nooit de perfectie met het zwaard kon bereiken. Sterk overtuigd van dit geloof vertrok hij naar Tosu om er de Hasegawa Eishin-ryu stijl te studeren, waarvan men de technieken nooit buiten de regio mocht tonen.

Met veel moeilijkheden slaagde Hakudo sensei erin les te krijgen van grootmeester Hosokawa Yoshimasa sensei, de 17de hoofdmeester en behaalde hij het allerhoogste diploma in 1922. Rond ongeveer 1933 beoefende Hakudo sensei zowel Hasegawa eishin-ryu als omori-ryu.

Later herstructureerde hij de stijl met zijn eigen technische bevindingen en uiteindelijk gaf hij een demonstratie in het kader van de Butokukaï (vereniging van de krijgskunsten) waar hij zijn stijl ‘muso shinden-ryu batto-jutsu’ noemde. Na zijn dood in 1958 besloten zijn leerlingen de stijl officieel Muso Shinden Ryu te noemen.

In deze stijl begint de beoefenaar met het aanleren van omori-ryu (shoden) die de basis aanleert, hierna gaat men over op Hasegawa Eishin-ryu (chuden) en uiteindelijk okuden of oku-iai, een reeks technieken van het hoogste niveau.